Aan het ontwerpen van een interieur gaan een reeks concrete en een reeks minder tastbare voorwaarden vooraf. Een goede ruimtelijke structuur beschouwen wij als de basis voor een goed ontwerp.
Alle woon- en/of werkfuncties moeten naar behoren kunnen worden uitgevoerd. Door te luisteren en fundamentele vragen te stellen ontstaat een programma dat beantwoordt aan de wensen en gevoelens van de opdrachtgever.
Een reorganisatie dringt zich soms op. Vloeren, muren, plafonds en hun doorbrekingen dienen desnoods te worden aangepast en de technische installaties verbeterd. Waarom de ene ruimte ons aantrekt en de andere niet, is een kwestie van verhouding, evenwicht en persoonlijkheid.
Open- gesloten, groot- klein, hoog- laag, elke relatie moet leiden tot een evenwichtig geheel waarin licht, kleur en materiaal een belangrijke rol spelen. Zo ontstaat er een eenheid waarbinnen de schoonheid van meubilair, kunst en accessoires optimaal tot uiting komen.
De architectuur is een richtlijn en mag geen doctrine worden die de creativiteit en de leefbaarheid van de bewoner onderdrukt.